Edward van de Vendel

Nieuws

Jaak Dreesen (1934 - 2022)

Ach, Jaak Dreesen is afgelopen vrijdag, 23 september, gestorven. Ik kende Jaak als een van de vriendelijkste, meest bescheiden, lieve schrijvers, die een groot oog had voor de dromers en voor de literatuur.

Deze Vlaming (geboren in 1934) is de hoeder van een warmhartig en fijnzinnig oeuvre. Zijn bekendste boek is misschien De vlieger van opa (Boekenleeuw 1989 en driejaarlijkse prijs van de Vlaamse provincies), waarin de jonge Frederik meemaakt dat zijn opa sterft en een manier vindt om met dat verdriet om te gaan, of anders En boven het dorp de zilveren vogels (jeugdboekenprijs van de stad Tielt) waarin Dreesen zijn eigen oorlogsherinneringen verwerkte. Hij schreef veel over de binnenwereld van kinderen, en vaak maken die kinderen aspecten van de harde buitenwereld mee. Zelf zei Dreesen in 1992: 'Ik schrijf meer voor literair gevoelige, een beetje introverte lezers. Er is nood aan boeken over het meest essentiële thema, de menselijke relaties.'

Niet zelden zijn Dreesens personages dromers en altijd zijn ze... lezers. Een bijzonder aspect van zijn werk - en dat zie je zelden - is dat in zijn boeken ándere boeken voorkomen. (Overigens werkte Dreesens eigen inspiratie ook op die manier, lees hier en hier wat hij daar zelf over schreef). Zo is een van zijn mooiste kinderromans, Een warm hemd in de winter (2007), doortrokken van het lezen van Jules Verne, en speelt zowel in Slaap als een roos (2002) en Vertelopa (2007) het mooiste boek van Astrid Lindgren, De gebroeders Leeuwenhart, een belangrijke rol.

In een van de twee Dreesenboeken die ik als laatste van hem las, Sporen in de sneeuw (1990, Jacob van Maerlantprijs), is het lezen van boeken de enige manier om verdriet af te schermen. De elfjarige Sven is bij zijn vader achtergebleven nadat zijn moeder bij een andere man is gaan wonen. Svens vader is liefdevol, maar het lukt hem niet om dat te doen waar Sven zo naar snakt: om over mama te praten. Svens vader maant hem om te gaan wandelen, om de natuur in te gaan, maar Sven kruipt liever weg in de wereld uit zijn boeken. Hij houdt van de verhalen van de Bokkenrijders (die verhalen kwamen ook al in Een warm hemd in de winter voor), maar in het begin van Sporen in de sneeuw is het vooral Wim Hofmans Het vlot dat Sven ontsnapping biedt.
De psychologische benadering in dit mooi-tedere boek is heel precies, heel zintuiglijk ook - maar de zinnen zijn helder en kort. Langzaam lezen we wat er precies gebeurd is rondom het vertrek van Svens moeder, en alles leidt naar een ontroerende finale, waarin Sven inderdaad gaat wandelen. Midden in de nacht. Door de kou. Gelukkig leiden zijn voetsporen in de sneeuw naar zijn schuilplaats (een schapenschuur), waar zijn vader hem terugvindt en een warm gloeiend nieuw begin kan worden gemaakt.

Ook in Rook en de geur van rozen (2000) is er één belangrijk ander boek dat de oorsprong, de spiegeling en de inspiratie was: Waterschapsheuvel. Rook en de geur van rozen is een graphic-novel-avant-la-lettre, met tekeningen van Marcel Rouffa. Het boek heeft de konijnen Keun en Moere als hoofdpersonen. Er wordt (met veel zwartwit beeld) in heel korte stukjes verteld over het leven in hun hol, over de zeven kleintjes die ze krijgen en dan... over de dreigende geluiden die ze horen. De Eerste Wereldoorlog dendert over hun velden, en ook al weten de konijnen niet wat dat is, toch heeft het geweld consequenties voor hun leven. Hoewel ook weer niet helemaal: aan het eind van het boek kruipen Keun en Moere weer dicht tegen elkaar en dan zegt Moere: 'Zeven jongen zal ik krijgen.'

Het oeuvre van Jaak Dreesen dient gekoesterd, ook nu hij er zelf niet meer is . O, en behalve de titels die ik hierboven noemde, hier nog twee van mijn absolute lievelingstitels: de dunne jeugdromans Houden van en Valid. Lees Dreesen.