Edward van de Vendel

Leestips • Kinder en jeugd

Nancho matroos

(klassieker)
In mijn podcast Lawines razen las ik eerder dit jaar het jeugdboek Suikerriet Rosy van Diana Lebacs (aflevering 12). Te gast waren Milouska Meulens en Wensly Francisco. Suikerriet Rosy speelt op Curaçao, maar haar eerste kinderboek, Nancho van Bonaire, speelt dus op Bonaire. Ze kreeg er in 1976 een Zilveren Griffel voor, en het boek zou worden opgevolgd door nog drie delen. Ik las de eerste twee (ook dus het hier afgebeelde boek, Nancho matroos, uit 1977) en heb zo fijn vertoefd in de wereld van de vrolijke, bezorgde, geplaagde, maar geweldige Nancho.

Nancho groeit in leeftijd met de boeken mee. In het eerste deel is hij ongeveer acht tot en met elf, en in het tweede deel is hij elf tot en met dertien. Wie deze boeken leest wordt verplaatst naar Bonaire in de jaren zestig en zeventig. Het is ongelooflijk hoe goed Lebacs de zintuiglijke ervaringen van die tijd weet over te brengen op papier. Je hoort de stemmen, je ziet de natuur van de mondi, je krimp mee ineen als een van de andere personages een stekel van een cactus in zijn oog krijgt, je ervaart hoe onwerkelijk het is om van storm te dromen en dan wakker te worden van regenvlagen op je gezicht omdat het dak is weggewaaid. Daarbij krijgen we veel van het eilandleven mee, van verkiezingen, van de werkomstandigheden, van de klasseverschillen, van de jaloezie, warmte en de eensgezindheid.

De personages zijn warm, maar ook bokkig. Nancho is bang, maar probeert ook dapper te zijn. Zijn vader houdt iets teveel van drank, maar is ook een man waarop je kunt bouwen. Zijn moeder lijkt op de achtergrond te zijn, maar is de sterkste figuur uit het boek. En dan krijg je ook nog zulke heerlijke en navrante scènes als die waarin de schoolkinderen in een aubade moeten zingen voor de Nederlandse koningin ver weg - en pas als ze hard genoeg zingen, in de verzengende hitte, krijgen ze misschíén een vrije dag.

Lebacs was een fantastische kinder- en jeugdboekenschrijfster, zoveel is duidelijk. En dan zijn er natuurlijk de tekeningen. Thé Tjong-Khing excelleert, door zijn precieze lijnvoering, weet je vrijwel van iedereen in zijn beelden meteen wat ze voelen. Ik heb nog twee delen tegoed, en daar kijk ik nu al naar uit.